 |
Hogere
graad SCHILDERKUNST
€ 203 (met
vermindering € 120) voor het
volledige schooljaar.
Tweemaal per week, telkens vier lesuren
naar keuze uit volgende momenten:
-
maandag: 13u30
- 17u00 (Dobbelaere)
-
maandag: 18u30 -
22u00 (Dobbelaere)
-
dinsdag: 13u30
- 17u00 (Dobbelaere)
-
dinsdag: 18u30 -
22u00 (Dobbelaere)
-
woensdag: 18u30
- 22u00 (De Smaele)
-
zaterdag: 09u00
- 12u30 (De Smaele)
Leerkrachten: Frank
Dobbelaere & Ivan De Smaele
Je
bekwaamt je in olieverf,
acryl en aquarel of uitsluitend één van deze technieken.
Perspectief, verhouding, tonaliteitstudie, tonale
compositie, kleurencompositie komen via stilleven,
landschap, interieur, menselijk figuur, portret, abstractie
en figuratie aan bod. Aan de hand van thema's zoals
waarneming naar de natuur, stilleven, detailstudie,
schetsen, portret en figuurtekenen wordt de techniek van het
schilderen aangeleerd. Daarbij maakt men gebruik van
perspectief, meettechnieken, vormstudie en compositie. De
meest gebruikte materialen die je zelf moet aankopen zijn:
potloden, acryl of olieverf, aquareldoos, penselen,
aangepaste papiersoorten zoals aquarelpapier, doek en
chassis, schilderspaneel, ...
In het vierde en vijfde jaar
hogere graad maakt
één uur kunstgeschiedenis deel uit van het lessenpakket, in
de beide jaren specialisatiegraad één uur bijzondere
kunstgeschiedenis.
>terug naar boven>
het lessenprogramma
van de
optie SCHILDERKUNST
eerste jaar
Via hoofdzakelijk
stillevens en waarnemingsoefeningen leren we de eerste
technieken van het schilderen aan: het werken met
grijswaarden, daarna met kleuren. In het begin wordt er
veel aandacht besteed aan perspectief, verhoudingen,
meettechnieken.
>terug naar boven>
tweede jaar
Naast het stilleven is
er, door middel van foto's en werken in open lucht, veel
aandacht voor het landschap. Bovendien werken we
interpretaties uit naar foto's en natuurfragmenten
(schelpen, takken, groenten, …). Hierbij wordt niet enkel
realistisch gewerkt maar zet men de eerste stappen naar
abstract componeren. Er wordt geschilderd met een uitgebreid
kleurenpalet. Bijzondere aandacht krijgt de kleur en de
intensiteit, het globaal kleurgebruik en de onderlinge
beïnvloeding. Daarbij leert men diverse oude en nieuwe
technieken aan : grisaille, overgangen in hard- en softedge,
vlakbewerking in impasto, glacis en frottage.
>terug naar boven>
derde jaar
Er wordt veel aandacht
besteed aan compositie, sfeer en interpretatie. De
onderwerpen worden zeer gevarieerd (stilleven, interieur,
landschap, …) met daarbij de voorstudie en bestaand
beeldmateriaal als uitgangspunt of hulpmiddel. Een
belangrijk thema wordt het figuur waarbij frequent naar
levend model (zowel gekleed als naakt) gewerkt wordt.
Daarnaast wordt dieper ingegaan op het schildersproces: van
voorstudie tot eindresultaat.
>terug naar boven>
vierde jaar
De leerling kiest zijn
technieken die hij wil uitdiepen via diverse thema's :
portret, onderwerpen naar eigen keuze, interpretaties.
Nadruk op de evolutie van studiewerk tot eindresultaat en
het ontwikkelen van een eigen stijl, via onderwerp,
kleurgebruik, vorm en formaat.
>terug naar boven>
vijfde jaar
De leerling moet nu een
ruim inzicht hebben en over vormelijke, coloristische en
technische vaardigheden bezitten om met een persoonlijke
visie en een vrij gekozen onderwerp (bvb. model, portret,
landschap, abstracte composities, variatie op een
voorwerp,...) een eigen stijl te ontwikkelen. Met een reeks
werken stelt men zich aan de eindjury voor. Uiteraard wordt
rekening gehouden met de individuele capaciteiten en
technische voorkeuren van de leerling.
>terug naar boven>
Specialisatiegraad
De 'eigen stijl' wordt
verder uitgediept en verfijnd. De werkfasen worden
regelmatig met de leerkracht besproken in een strikt
persoonlijke begeleiding.
>terug naar boven>
|
 |