 |
Hogere
graad TEKENEN
€ 203 (met
vermindering € 120) voor het
volledige schooljaar.
Tweemaal per week, telkens vier lesuren,
naar keuze uit volgende momenten:
-
maandag: 13u30
- 17u00
-
maandag: 18u30
- 22u00
-
dinsdag: 13u30
- 17u00
-
woensdag: 18u30
- 22u00
-
zaterdag: 09u00
- 12u30
Leerkracht: Marleen Van Driessche
Vertrekkend
vanuit de waarneming worden artistiek -technische
basisvaardigheden van het tekenen aangeleerd: vormstudie,
perspectief, verhoudingen meettechnieken, vormstudie en
compositie. Er wordt getekend naar stilleven, interieur,
detailstudie, schetsen, portret en figuur (zowel gekleed als
naakt), landschap. Er wordt ook met ander
beeldmateriaal (voorstudies, foto's) gewerkt als
geheugensteun en als uitgangspunt.
In het vierde en vijfde jaar
hogere graad maakt één
uur kunstgeschiedenis deel uit van het lessenpakket, in de
beide jaren specialisatiegraad één uur bijzondere
kunstgeschiedenis.
>terug naar boven>
Na de
basisopleiding zal er gaandeweg meer zelfstandig gewerkt
worden en meer aandacht zal gaan naar de artistiek -
beeldende ontwikkeling van de leerling. Eerst ligt de
klemtoon op zwart-wittechnieken, in eenvoudige en
ingewikkelde samenstellingen van geometrische en organische
vormen. Daarna werkt men in kleur op groot formaat. Vanaf
het derde jaar tekent men vooral naar zelfgekozen thema's.
Via het modeltekenen wordt het menselijk figuur als
onderwerp toegevoegd (naakt, gekleed, portret)
>terug naar boven>
Studiepapier
wordt ter beschikking gesteld. De meeste tekenmaterialen
zijn aanwezig als initiatie. Wil men regelmatig een bepaald
materiaal gebruiken dan moet men het zelf aankopen. De meest
gebruikte materialen die men na verloop van tijd zelf
aankoopt zijn: potloden, kleurpotloden, pastelpotloden en
-krijtjes, gommen, aquareldoos, Chinese inkt, penselen,
aangepaste papiersoorten, ...
>terug naar boven>
het lessenprogramma
van de
optie TEKENKUNST
eerste jaar
In het eerste jaar wordt
bijna uitsluitend met zwart-wittechnieken geoefend.
Aanvankelijk in potlood en daarna met andere materialen als
houtskool, krijt, pastels, verf, stift, collage, inkt met
pen, rietpen of penseel. Voor de opdrachten wordt
afwisselend gewerkt naar geometrische en organische vormen.
Je vertrekt van een gedetailleerde waarnemingsoefening met
één voorwerp. Geleidelijk schakel je over naar meer
ingewikkelde samenstellingen met de nadruk op een of
meerdere aspecten : compositie, afstand, overlapping,
belichting, schaduw, uitvergroting, verkleining, stilering,
weerspiegeling, lichtbreking, structuur, textuur, ... je
krijgt een initiatie in architecturale vormen en
perspectief, die, zodra het weer het toelaat, buiten aan de
realiteit wordt getoetst. Het landschappelijk element wordt
dan specifiek benaderd : fabrieksgebouwen, torens,
kerken,...
>terug naar boven>
tweede jaar
Je werkt intens met
kleur, zowel theoretisch als praktisch: soorten kleuren en
hun inwerking op elkaar; zuivere pigmenten en vermengingen;
kleurengradaties, reflectie, kleurenperspectief,
complementair kleurgebruik, kleur en schaduwkleur. Je leert
verschillende kleurmaterialen kennen: aquarel, pastel (droge
en oliepastels), kleurpotloden, acryl, ecoline, pigmenten
zelf mengen met een bindmiddel, collage in kleur en materie.
Ook wordt bijzondere aandacht geschonken aan de
verschillende ondergronden: van klein naar zeer groot, van
gewoon wit naar gekleurd papier, karton, paneel, doek,
ruimtelijk werk, ... De compositie krijgt bijzondere
aandacht: symmetrisch, asymmetrisch, spiegelend, circulair,
diagonaal, gulden snede, ... met een
zo groot mogelijke variatie qua vorm, textuur, kleur en
inhoud.
>terug naar boven>
derde en vierde jaar
Vanaf het derde jaar kan
je kiezen tussen twee ateliers. Je kan de algemene
tekenopleiding verder zetten of je verdiepen in het
modeltekenen. Bij het algemeen tekenen werk je naar
opgelegde en zelfgekozen thema's. De creativiteit wordt
gestimuleerd om zo tot een eigen persoonlijke stijl te
komen. Een eigen, artistieke ontwikkeling gaat domineren met
de technische verworvenheden van de voorgaande jaren als
fundament. Bij modeltekenen wordt via een zo gevarieerd
mogelijk gebruik van materialen en papiersoorten gewerkt
naar naakt, gekleed of gedrapeerd model. Volgende zaken
komen aan bod: anatomie en anatomieschetsen, detailstudies
van handen en voeten, portret en zelfportret, proportieleer,
contourtekenen en skeletstudie met compositie van
silhouetten, picturale naaktstudies, schetsen bewegend
figuur, model met spiegelbeeld, compositie samenstellen van
verschillende naaktstudies, figuren plaatsen in een
omgeving,...
>terug naar boven>
vijfde jaar
De leerling heeft nu een
ruim inzicht en bezit de technische vaardigheden om rond een
persoonlijke visie en een vrij gekozen onderwerp (bv. model,
portret, landschap, abstracte composities, variatie op een
voorwerp,...) een eigen stijl te ontwikkelen. Met deze reeks
werken stel je je voor aan de eindjury.
>terug naar boven>
specialisatiegraad
De 'eigen stijl' wordt
verder uitgediept en verfijnd. De werkfasen worden
regelmatig met de leerkrachten besproken in een strikt
persoonlijke begeleiding.
>terug naar boven>
|
 |