startpagina  ½   contact   ½   > afdeling Muziek en Woord >

 

 

afdeling

Beeldende Kunsten

 

Schoolstraat 23

9230 Wetteren

 

½  actueel  ½  contact  ½   cursusaanbod  ½   hoe inschrijven  ½   over de academie  ½   voor de cursist   ½   lesgeven  ½  meer   ½ 

 

 

 

 

- structuur en organisatie

- visie

- schoolreglement

 

 

 

 

 

Dit reglement werd laatst gewijzigd en goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2005

 

 

REGLEMENT VAN INWENDIGE ORDE

 

 

 

 

HOOFDSTUK I: Het onderwijs

 

Art. 1
In de Gemeentelijke Tekenacademie Wetteren (en de filialen ervan), Deeltijds Kunstonderwijs, Beeldende Kunsten, hierna genoemd de academie, wordt onderricht verstrekt in de vakken en opties die door de gemeenteraad worden opgericht.

 

Art. 2
De academie volgt de leerplannen goedgekeurd door het ministerie van Onderwijs.

 

Art. 3
Het onderwijs wordt georganiseerd overeenkomstig de geldende wets-en reglementaire bepalingen.

 

Art. 4
Het schooljaar duurt 40 weken. De data en vakantieperiodes worden jaarlijks vastgesteld door het college van Burgemeester en Schepenen op basis van de geldende reglementaire bepalingen.

 

Art. 5
Bovenop het inschrijvingsgeld heeft de inrichtende macht het recht extra bijdragen te vragen aan de leerlingen. Die worden bij de inschrijving geïnd en zijn vooraf bepaald.

 

Art. 6
De academie wordt beheerd door het college van Burgemeester en Schepenen. Dit college kan advies vragen aan de commissie van Toezicht, die ook op eigen initiatief aan de gemeentelijke overheden voorstellen kan doen die bijdragen tot de goede werking van de inrichting.

 

 

Art. 7
De commissie van Toezicht is samengesteld als volgt:

 

  • 11 leden aangesteld door de gemeenteraad volgens het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging, eventueel aangevuld met deskundigen zonder stemrecht;

  • de schepen van Onderwijs, zonder stemrecht;

  • de directeur van de inrichting, zonder stemrecht;

  • de secretaris, aangesteld door de gemeenteraad, zonder stemrecht;

  • bij eventuele filialen zullen maximaal 2 leden per filiaalgemeente zetelen in de commissie van Toezicht. Zij worden door de gemeenteraad voorgesteld op voordracht van de filiaalgemeente. Zij hebben slechts stemrechtvoor de aangelegenheden die uitsluitend betrekking hebben op hun filiaal.

Art. 8
De mandaten van de leden van de commissie van Toezicht worden hernieuwd om de zes jaar na de installatie van de nieuwe gemeenteraad. De uittredende leden blijven in dienst tot de installatie van hun opvolgers. De uittredende leden kunnen voor een nieuw mandaat worden aangesteld.

 

Bij overlijden of ontslag van een lid, wordt zijn mandaat beëindigd door een lid dat de gemeenteraad voor zijn vervanging aanstelt. De commissie van Toezicht kan eventueel aangevuld worden met deskundigen, zonder stemrecht.

 

Art. 9
De commissie van Toezicht verkiest onder de leden bedoeld in art. 7 een voorzitter. De voorzitter wordt opnieuw verkozen na elke globale hernieuwing.

 

Na vroegtijdig ontslag of overlijden wordt een vervanger gekozen voor de beëindiging van het mandaat.

 

 

Art. 10
De directeur mag niet deelnemen aan de beraadslaging en beslissing over agendapunten waarbij hij als persoon betrokken is.
De leden van het onderwijzend personeel, het administratief personeel en de leerlingen kunnen geen deel uitmaken van de commissie van Toezicht, met uitzondering van het personeelslid dat het secretariaat waarneemt.
De personeelsleden of andere derden kunnen voor het verlenen van een technisch advies tijdens de vergadering van de commissie van Toezicht gehoord worden, op eigen vraag of op voordracht van de commissie van Toezicht of de directie.

 

Art. 11
De commissie van Toezicht vergadert minstens tweemaal per schooljaar.
De vergaderingen zijn niet openbaar.
Zij wordt bijeengeroepen door de voorzitter op eigen initiatief of op vraag van minstens twee commissieleden of van de directeur.  De bijeenroeping geschiedt schriftelijk minstens zeven werkdagen voor de vergadering en vermeldt de agenda.  Op de vergadering wordt de vermoedelijke datum van de volgende vergadering reeds vastgelegd zodat de leden tijdig hun agenda kunnen plannen.

 

Art. 12
Elke stemming is geldig om het even hoeveel leden van de commissie van Toezicht aanwezig zijn indien er zeven kalenderdagen na het versturen van het verslag geen opmerkingen worden geformuleerd bij de secretaris.

 

 

Art. 13
De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemming is het voorstel verworpen.  De leden stemmen mondeling.  Op vraag van een lid wordt overgegaan tot geheime stemming.  Geheime stemming is verplicht wanneer het om personen gaat.

 

Art. 14
Het is elk lid van de commissie van Toezicht verboden aanwezig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij zijn bloed-of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.

 

Art. 15
De leden van de commissie van Toezicht kunnen de schoollokalen buiten de lesuren bezoeken.  Zij kunnen de examens bedoeld in hoofdstuk VIII bijwonen als waarnemer.  Zij worden bij bezoeken van de schoollokalen telkens vergezeld van de directeur.
De leden van de commissie van Toezicht kunnen de lessen bijwonen, na verzoek hierover in de vergadering van de commissie van Toezicht of na toestemming van de directeur.  Zij mogen noch aan de leerkrachten, noch aan de leerlingen opmerkingen maken.  De leerkrachten en leerlingen zijn niet verplicht op vragen te antwoorden.  De leden van de commissie van Toezicht dienen hun eventuele opmerkingen mee te delen in een vergadering van de commissie van Toezicht.

 

Art. 16
De secretaris van de commissie van Toezicht stelt de notulen op van de vergaderingen en staat in voor de briefwisseling en de bewaring van het archief van de commissie.

 

 

HOOFDSTUK III:De directie

 

Art. 17
De directeur is belast met de uitvoering van de beslissingen van de gemeentelijke overheden en met de toepassing van de wets- en reglementaire bepalingen die de inrichting aanbelangen.

 

Art. 18
De directeur is belast met de leiding van de academie op pedagogisch, artistiek en administratief vlak.
Alle personeelsleden van de inrichting staan onder zijn gezag.
Hij waakt erover dat de lessen regelmatig gegeven worden en op de gestelde uren beginnen en eindigen.
Hij bezoekt de klassen zo dikwijls hij dit nodig acht.  Hij mag aan de personeelsleden geen opmerkingen maken in aanwezigheid van de leerlingen.

 

Art. 19
Personen vreemd aan de inrichting hebben geen toegang tot het gebouw zonder toelating van de directeur.

 

Art. 20
De directeur verdeelt de leerlingen onder de leerkrachten.  Rekening houdend met de voorrangsregels, de regels betreffende de terbeschikkingstelling en reaffectatie en de door de gemeenteraad vastgestelde prestaties van de leerkrachten, stelt hij het lessenrooster op dat door de leerkrachten en de leerlingen moet worden gevolgd.

 

Art. 21
De directeur staat ter beschikking telkens de dienstnoodwendigheid dit vereist.

 

 

Art. 22
Ingeval de directeur tijdelijk moet vervangen worden, stelt het college van Burgemeester en Schepenen een vervanger aan, in afwachting van een beslissing van de gemeenteraad.

 

Art. 23
De directeur meldt schriftelijk aan het college van Burgemeester en Schepenen:

  1. elke ongewettigde afwezigheid van een personeelslid.

  2. elke door personen onder zijn bevoegdheid begane overtredingen van dit reglement.

 

Art. 24
De directeur legt elk jaar tijdig een ontwerp van begroting voor het volgend begrotingsjaar voor aan het college van Burgemeester en Schepenen, na beraadslaging en advies van de commissie van Toezicht.

 

 

Art. 25
Voor het betalen van dringende en geringe uitgaven wordt aan de directeur een provisie ter beschikking gesteld, waarvan het bedrag wordt vastgesteld door het college van Burgemeester en Schepenen.

 

 

 

HOOFDSTUK IV:Het onderwijzend personeel

 

Art. 26
Elke leerkracht moet minstens tien minuten voor aanvang van de lessen aanwezig zijn om de leerlingen op te vangen.
De leerkrachten tekenen bij het begin en einde van hun prestaties het aanwezigheidsregister.

 

Art. 27
Een lesverplaatsing kan door de directie worden toegestaan.  Zij moet minstens veertien dagen vooraf schriftelijk worden aangevraagd.  De leerkrachten dienen hun leerlingen, desnoods schriftelijk, zelf in te lichten over een lesverplaatsing.

 

Art. 28
Het onderwijzend personeel richt zich tot de gemeentelijke overheden en administratie langs de directeur die zo nodig zijn advies toevoegt aan de vraag of het voorstel van het betrokken personeelslid.
Het personeelslid kan zich rechtstreeks wenden tot de gemeentelijke overheden en administratie bij aangelegenheden waarbij het personeelslid zich benadeeld voelt door de directeur.

 

Art. 29
Elk lid van het onderwijzend personeel houdt een register bij waarin de aanwezigheden per les worden genoteerd.
Deze registers worden steeds naar het secretariaat teruggebracht zodat de directeur, het secretariaatspersoneel, de rijksinspectie en de verificateur er steeds inzage van zouden kunnen nemen.
Voor de filialen blijven de registers steeds in de lokalen, tenzij de directie anders verzoekt.

 

Art. 30
Elk lid van het onderwijzend personeel draagt zorg voor de orde en de tucht in zijn/haar klas.  Hij/zij mag in zijn/haar klas enkel de regelmatige leerlingen aanvaarden.

 

 

Art. 31
Elke leerkracht is verantwoordelijk voor het hem/haar toevertrouwde materiaal en voor de toestand in de gebruikte lokalen.

 

 

Art. 32
De leerkrachten dienen hun medewerking te verlenen aan tentoonstellingen en andere manifestaties, die door de academie worden ingericht.
Elke activiteit die vooraf schriftelijk is meegedeeld door de directie wordt beschouwd als opdracht zoals voorzien in de wetgeving.  Afwezigheid is enkel gewettigd indien een andere opdracht, overeenkomstig formulier PERS12, tezelfdertijd moet worden uitgevoerd of bij ziekte.
Elke leerkracht aan de academie gaat akkoord mee te werken aan diverse activiteiten, ongeacht zijn of haar woonplaats.

 

Art.33
Elke afwezigheid (ook voor één dag) dient meegedeeld te worden vóór aanvang van de lessen aan de directie of het secretariaat.

 

 

Art. 34
Voor elk vak dient de leerkracht over een jaarprogramma en lesvoorbereidingen te beschikken.  De leerkracht moet die tijdens de lessen bijhebben zodat ze kunnen opgevraagd worden door directie en inspectie.

 

Art. 35
Bezoeken van tentoonstelling in klasverband blijven beperkt tot eenmaal per trimester.

 

 

 

HOOFDSTUK V: het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel

 

 

Art. 36
De directeur bepaalt de prioriteiten van de opdrachten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel binnen hun respectievelijke taakomschrijving.

 

Art. 37
Het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel tekenen bij het begin en einde van hun prestaties het aanwezigheidsregister.

 

 

Art. 38
Het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel kan zich rechtstreeks wenden tot de gemeentelijke overheden en administratie bij aangelegenheden waarbij het personeelslid zich benadeeld voelt door de directeur.

 

 

 

HOOFDSTUK VI: De leerlingen

 

 

Art. 39
De leerlingen worden ingeschreven overeenkomstig de reglementaire toelatingsvoorwaarden.

 

 

Art. 40
De leerlingen zijn verplicht de lessen regelmatig te volgen.  Ongewettigde afwezigheden kunnen aanleiding geven tot een sanctie zoals bedoeld in art. 42.

 

Het is de leerlingen verboden de schoolterreinen te verlaten tijdens de lesuren en de tussenliggende pauzes.

 

Tweemaal per jaar worden alle leerlingen schriftelijk geëvalueerd. Op eenvoudig verzoek kunnen zij een kopie van dit evaluatieformulier krijgen.

 

 

Art. 41
De leerlingen worden geacht het atelierreglement op te volgen.

 

 

Art. 42
Volgende sancties kunnen worden toegepast op de leerlingen:

  1. een vermaning van de directeur, eventueel op voorstel van de leerkracht;

  2. een tijdelijke uitsluiting door de directeur, eventueel op voorstel van de leerkracht en schriftelijk gemotiveerd;

  3. een definitieve uitsluiting door het college van Burgemeester en Schepenen, op voorstel van de directeur.

Een uitsluiting kan ongedaan worden gemaakt door een beslissing van het college van Burgemeester en Schepenen.

 

 

Art. 43
Schade die door een leerling vrijwillig wordt toegebracht aan lokalen, meubilair of materieel wordt op zijn kosten hersteld.

 

 

 

 

HOOFDSTUK VII: Initiatieven van leerlingen en onderwijzend personeel

 

Art. 44
Alle teksten die leerlingen of leden van het onderwijzend personeel in de academie wensen te verspreiden, moeten vooraf worden voorgelegd aan de goedkeuring van de directeur.

 

Een geldomhaling in de academie door leerlingen of leden van het onderwijzend personeel kan slechts gebeuren met schriftelijke goedkeuring van de directeur.

 

Art. 45
Leerlingen en leden van het onderwijzend personeel, die deelnemen aan kunstmanifestaties buiten de academie en daarbij de naam van de academie willen gebruiken, moeten daarvoor schriftelijke goedkeuring van de directeur bekomen.

 

 

HOOFDSTUK VIII: De examens

 

Art. 46
De examens worden georganiseerd overeenkomstig de geldende wets- en reglementaire bepalingen.

 

 

Art. 47
Elke leerling bekomt op het einde van het schooljaar een attest of een getuigschrift op basis van de behaalde resultaten.

 

 

Art. 48
De leden van de examencommissie worden op voorstel van de directeur door de commissie van Toezicht aangesteld.

 

 

 

HOOFDSTUK IX: Slotbepalingen

 

Art. 49
Een exemplaar van dit reglement wordt door de directeur aan de leden van de commissie van Toezicht en aan alle personeelsleden bezorgd.  Elk personeelslid tekent op een exemplaar dat aan het persoonlijk dossier wordt toegevoegd.

 

Art. 50
Dit reglement wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.  Iedere wijziging van dit reglement wordt voorgelegd aan een algemene personeelsvergadering.  De personeelsleden kunnen een schriftelijk voorstel tot wijziging voorleggen aan de commissie van Toezicht via de secretaris of de directeur.

 

 

> terug naar boven >